Wil je meteen oefenen?
De quiz starten
Bedankt voor het lezen van deze post, vergeet je niet te abonneren!
Deze gids vat de belangrijkste Nederlandse theorieregels samen voor lichten & signalenVerkeerslichten, koplampen,\n mistlampen, alarmlichten en wanneer je moet aangeven. Gebruik de quiz hierboven om vragen in CBR-stijl te oefenen.
Belangrijkste regels in 60 seconden
Prioriteitsvolgorde (altijd)
- Instructies van bevoegde personen komen op de eerste plaats.
- Dan stoplichten.
- Dan verkeersborden en wegmarkeringen.
- Tot slot de algemene verkeersregels.
Koplampen
- Gebruik dimlichten s nachts en wanneer het zicht ernstig verminderd is.
- Gebruik volle straal alleen wanneer het anderen niet verblindt (schakel uit voor tegemoetkomend verkeer en bij het van dichtbij volgen).
Mistlampen
- Mistlampen voor: alleen als het zicht ernstig wordt belemmerd.
- Mistachterlicht: alleen bij dichte mist of zware sneeuwval als het zicht < 50 m (niet in de regen).
Indicatoren
- Geef op tijd aan wanneer je wegrijdt, van rijstrook wisselt, inhaalt, keert of een rotonde verlaat.
Verkeerslichten
- Groen = gaan, Geel = stoppen (tenzij stoppen redelijkerwijs niet mogelijk is), Rood = stop.
- Pijlsignalen gelden alleen voor de getoonde richting.
- Geel knipperend = gevaarlijk punt → ga extra voorzichtig te werk en volg de voorrangsregels/-borden.
Gedetailleerde gids
Koplampen (gericht op examen)
Gedimde koplampen
- Verplicht in het donker en gebruikt bij slecht zicht.
- Als je mistlampen vooraan gebruikt, zijn dimlichten op sommige auto's overbodig (om de schittering van je eigen lichten te verminderen).
Grootlicht
- Gebruik op onverlichte wegen voor betere zichtbaarheid.
- Gebruik geen grootlicht: bij daglicht; bij tegemoetkomend verkeer; bij het van dichtbij volgen van een voertuig (om verblinding te voorkomen).
Dagrijverlichting (DRL)
- DRL verbetert het zicht overdag, maar verlicht de achterkant mogelijk niet volledig.
- Gebruik bij slecht zicht zo nodig dimlicht.
Mistlampen
Mistlampen voor
- Toegestaan wanneer mist/sneeuw/hevige regen het zicht ernstig vermindert.
- Gebruik ze alleen als het nodig is (ze kunnen verblinden in lichte mist).
Mistachterlicht (veelvoorkomende examenval)
- Alleen bij mist of zware sneeuwval met zicht onder 50 meter.
- Zet het onmiddellijk uit wanneer het zicht verbetert.
Waarschuwingsknipperlichten (alarmlichten)
Gebruik alarmlichten om anderen te waarschuwen:
- je gedwongen wordt te stoppen door pech of een ongeval,
- je bent een tijdelijk obstakel,
- er plotseling gevaar dreigt (bijv. file, hard remmen).
Richtingaanwijzers (knipperlichten)
Je moet tijdig aangeven wanneer je:
- Ga weg van de stoeprand/parkeerplaats,
- van rijstrook veranderen,
- inhalen en terugkeren,
- linksaf/rechtsaf,
- een rotonde verlaten,
- een weg oprijden/verlaten op een manier die duidelijk van richting verandert.
Verkeerslichten (wat het CBR het meest test)
Standaard (ronde) verkeerslichten
- Groen: verdergaan.
- Geel: stoppen (tenzij stoppen redelijkerwijs niet mogelijk is).
- Rood: stoppen bij de stopstreep.
Verkeerslichten met pijlen
- Het licht is alleen van toepassing op de richting van de pijl (links/rechts/rechts).
Geel knipperend
- Waarschuwt voor een gevaarlijk punt → extra voorzichtigheid is geboden.
- De prioriteit wordt dan bepaald door borden, markeringen en de algemene regels.
Veelvoorkomende fouten die je moet vermijden
- Mistachterlicht gebruiken in de regen.
- Grootlicht gebruiken wanneer je anderen kunt verblinden.
- Vergeten aan te geven bij het verlaten van een rotonde.
- Geel knipperen behandelen als “groen” in plaats van “gevaar + voorzichtigheid”.
FAQ
Wat betekent een oranje/geel knipperend verkeerslicht?
Een gevaarlijk punt - vertraag, wees voorzichtig en volg de borden/voorrangsregels.
Een gevaarlijk punt - vertraag, wees voorzichtig en volg de borden/voorrangsregels.
Wanneer moet je dimlichten gebruiken?
In het donker en wanneer het zicht ernstig wordt beperkt.
In het donker en wanneer het zicht ernstig wordt beperkt.
Wanneer kun je het mistachterlicht gebruiken?
Alleen bij dichte mist of zware sneeuwval als het zicht minder dan 50 meter is.
Alleen bij dichte mist of zware sneeuwval als het zicht minder dan 50 meter is.
Wie heeft er voorrang: politie-instructies of verkeerslichten?
Instructies van bevoegde personen komen op de eerste plaats.
Instructies van bevoegde personen komen op de eerste plaats.
Relevante Nederlandse wetgeving (referenties op hoog niveau)
- RVV 1990: regels dimlicht/grootlicht (Art. 32), mistlampen (Art. 34), richtingaanwijzer (Art. 55), verkeerslichten/knipperlicht geel (Art. 68 & 75), voorrangsvolgorde (Art. 84).
- WVW 1994: algemene plicht om gevaar/hinder te vermijden (art. 5).
Klaar om te oefenen?
De quiz starten
